18. Vervreemding en bezwaring van Aandelen
18.1 De Stichting is niet bevoegd de Aandelen te vervreemden of te bezwaren met een beperkt recht, zoals een pandrecht of vruchtgebruik, behalve in de gevallen die in deze administratievoorwaarden zijn voorzien of met voorafgaande schriftelijke toestemming van de Certificaathouders van de met de Aandelen corresponderende Certificaten.
18.2 Indien de Stichting op grond van een aandeelhoudersovereenkomst gehouden is haar Aandelen aan een derde over te dragen (drag along), of gerechtigd is haar Aandelen tegelijk met een verkoop door een meerderheidsaandeelhouder over te dragen (tag along), geldt deze verplichting of dit recht overeenkomstig voor de Certificaathouder van de corresponderende Certificaten. Het Bestuur informeert de betrokken Certificaathouders zo spoedig mogelijk schriftelijk als een van deze situaties zich voordoet. In geval van een tag along-recht zal het Bestuur handelen in overeenstemming met de instructies van de Certificaathouder.
18.3 Bij vervreemding van Aandelen vervalt een daarmee corresponderend Certificaat zodra de verkoopopbrengst van het Aandeel aan de betreffende Certificaathouder is uitgekeerd.
19. Royering
19.1 Het Bestuur is als enige bevoegd om te besluiten tot beëindiging van het beheer van een Aandeel door de Stichting (royering).
19.2 Na een besluit tot royering draagt de Stichting het betreffende Aandeel kosteloos over aan de Certificaathouder, die verplicht is de overdracht te aanvaarden. De Certificaten die corresponderen met de overgedragen Aandelen vervallen bij die overdracht.
19.3 Een Certificaathouder heeft niet het recht om royering van zijn Certificaten te verlangen.Laatst gewijzigd op 9 oktober 2026